We gaan er nu maar weer een beetje de vaart in zetten anders komt de vakantie nooit op internet te staan dus twee dagen tegelijk.
Dag vijf zag ons vertrek uit Glen Helen Gorge en onderweg naar Kings Canyon, 1 van de “must see” dingen op onze lijst voor deze vakantie. Vanuit Glen Helen Gorge is het nog een aardige rit naar Kings Canyon vooral omdat meer dan de helft niet geasfalteerd is en dus zandweg. Die vind je in dit deel van Australië nog vrij veel. Het land is zo uitgestrekt dat het niet te doen is om alles te asfalteren, vandaar dat er zoveel 4WD’s rondrijden.
Eerst nog even ontbeten en toen op pad. Er zat nog 1 gorge voor de zandweg en dat was Redbank Gorge. Deze gorge is eigenlijk alleen maar toegankelijk voor 4WD’s omdat er een niet verharde weg naar toe ging. Onderweg kwamen we nog 2 bushcampings tegen met een ontzettend mooi uitzicht, die dus ook vol stonden met tentjes (4 tentjes = camping vol). Bij Redbank Gorge aangekomen hebben we nog staan twijfelen of we naar de gorge toe moesten lopen omdat het een half uur lopen was, en dus ook een half uur terug. Dat terwijl we ook nog een kilometer of 60 over een onverharde weg naar Kings Canyon moesten en onderweg nog bij Gosse Bluff wilden gaan kijken.
Toch maar gedaan, het was een vrij lange en ingewikkelde tocht om er te komen omdat we door een rivierbedding moesten die bezaaid lag met rotsblokken. Eenmaal aan het eind aangekomen was het wel de moeite waard. Wij arriveerden toen de enige bezoekers vertrokken, een Australisch gezin met twee kleine kinderen. Iedereen is ook altijd vriendelijk en maakt even een praatje met je, zo ook dit gezin. Toen zij vertrokken waren hadden wij het rijk alleen. Redbank Gorge is het einde van een soort canyon die helemaal van rood steen is opgetrokken. Met de zon erbij een mooi gezicht. Gelukkig stond hier ook nog water in, helaas ging dat ook gepaard met veel vliegen. Na een kwartiertje toch maar weer de terugweg aanvaard en iets meer dan een half uur later zaten we weer in de auto onderweg naar Gosse Bluff.
Onderweg daar naar toe hebben we ook nog maar even gelunched. Je hebt in dit gedeelte van Australië al niet zo heel veel picknick plekken behalve bij al die gorges. Deze lag een stukje van de weg af en stond goed aangegeven. Eenmaal boven op de heuvel aangekomen stond ons een leuke verassing te wachten, een 360 graden uitzicht over de hele omgeving inclusief Gosse Bluff en de West MacDonnell Ranges. En privacy, niemand die naar boven kwam rijden totdat we klaar waren met eten. Helaas ook daar weer veel vliegen maar daar raak je op een gegeven moment wel aan gewend. Na de lunch en de fotosessie doorgereden naar Gosse Bluff.
Gosse Bluff is een krater inslag bijna in het midden van Australië. Deze is alleen te bereiken met een 4WD. Dit keer niet over een zandweg maar over een zandweg met rotsblokken. Voor ons geen probleem gelukkig al is de weg niet echt goed te noemen. Na veel heen en weer geschud en wat flinke kuilen kwamen we na een kilometer of 4 toch in Gosse Bluff aan. Nu kun je daar wat wandelingen maken maar helaas hadden we daar geen tijd voor. We hebben nog wel even de borden gelezen om nog wat van de historie mee te krijgen en toen zijn we weer terug gereden naar de doorgaande weg. Wat schetste onze verbazing halverwege de terugweg, wederom de Australische familie die we ook in Stanley Chasm tegenkwamen. Na een kort praatje en de belofte dat we de volgende keer als we ze tegenkwamen toch maar eens iets moesten gaan drinken weer verder.
De weg was verhard tot net na Gosse Bluff. Vanaf dat punt werd het een onverharde weg. Voor de gehele weg heb je ook nog een vergunning nodig omdat het door Aboriginal land heen gaat, deze hadden wij gelukkig al in Alice gekocht. De weg heet de Mereenie loop road en het gedeelte wat wij namen heette Namatjira Drive. Deze loopt helemaal door tot aan Kings Canyon en neemt je over 154 km onverharde weg door de woestijn. Nu lijkt 154 km niet zo heel ver maar in Australië zijn onverharde wegen vaak ook droog en winderig waardoor je een wasbordeffect krijgt op het wegdek. Dit hadden we in 2007 al meegemaakt met onze grote camper over een 10 km stuk weg, geen pretje. Met onze 4WD echter moest het geen probleem zijn.
Dus, auto stil gezet aan het begin. 4WD ingeschakeld en free wheeling hubs ingeschakeld (omzetten van 2WD naar 4WD) en op weg. Nu is de truuk om eigenlijk zo hard mogelijk te rijden en heel goed op te letten op kuilen en gaten in de weg. Hoe hard is zo hard mogelijk, minimaal 80 km per uur maar 100 km per uur gaat beter. Dus met een snelheid van tussen de 80 en 100 km per uur zijn we over die weg heen gedenderd. Zelfs met die snelheid haalde iemand ons nog in alsof we stilstonden…. Voor ons was dat hard genoeg, we hebben namelijk een keer moeten uitwijken voor een gat in de weg waardoor de auto begon te slingeren maar omdat we dus niet al te hard reden kon ik dit “makkelijk” corrigeren. Daarnaast hebben we dus ook een keer een kuil over het hoofd gezien waardoor we met 100 km per uur door een kuil van 30 cm diep gingen. Onze camper was niet de meeste stabiele 4WD vanwege dat hoge dak dus wij hebben het sowieso rustig aan gedaan.
Het was alsnog vrij druk op deze weg ondanks dat je dus eigenlijk midden in de woestijn rijdt, in de twee uur dat we erover gedaan hebben zijn we toch een auto of 8 tegengekomen en zijn we dus 1 keer ingehaald.
Onderweg is er dus niet echt veel te zien behalve veel zand, scrub, bomen en in ons geval wilde paarden. Neil en Leanne, die Australiers die we iedere keer tegenkwamen zaten dus ergens achter ons op dezelfde weg, hadden dus wilde ezels gezien. We kwamen Neil en Leanne, samen met hun twee zonen, weer tegen bijna aan het einde van de weg waar een klein uitzichtpunt was waar we even gestopt waren. Meteen maar afgesproken om een biertje te gaan drinken ’s avonds, zij waren ook op weg naar Kings Canyon en hadden daar een huisje gehuurd.
Het laatste stuk was niet zo heel lang meer, nog een kilometertje of 15 over onverhard wegdek en 20 minuutjes later stonden we dan ook bij de receptie van Kings Canyon Resort om een campingplek te regelen. Dit was gelukkig geen probleem en nadat we betaald hadden, en Neil en Leanne’s huisnummer gekregen hadden, zijn we naar de camping gereden. Nu ligt Kings Canyon Resort vlak bij Kings Canyon, op een kilometertje of 7 er vandaan en de camping ligt dus aan de rand van het resort, tegen het national park aan. Wij hadden geluk en konden nog een plek vinden op de voorste rij met uitzicht op Kings Canyon zelf. Niet verkeerd vonden wij.
Tijdens ons “installatieproces”, oftewel onze campingtafel onder de bank vandaan halen, opzetten en de stoelen uit het opbergvak halen en opzetten, hebben we kennisgemaakt met onze buren, Quinn en Larry. Dit is een Amerikaans homostel wat een 5 maanden rondreis aan het maken is door Australië. Zij zaten al aan de wijn en wij hebben maar een paar biertjes opengetrokken. Het werd al vrij snel gezellig maar wij hadden ook nog een afspraak staan om een biertje te gaan drinken met Neil en Leanne dus we moesten nog even weg.
Ook bij Neil en Leanne was het gezellig, die hadden een budget room gehuurd, oftewel 4 bedden, een koelkast en een tafel met 4 stoelen in een kleine kamer gepropt. Na een biertje met hen moesten zij weer weg, zij hadden namelijk een reservering gemaakt om te gaan eten. Nog snel even adressen uitgewisseld voor het geval we ze niet meer tegen zouden komen. Wij zijn toen ook nog even richting restaurants gewandeld maar hebben toen maar besloten om wat uit onze voorraad pasta/noedels te eten.
Uiteraard waren Quinn en Larry ook nog bij hun tent en samen hebben we dus de rest van de avond doorgebracht.
De volgende dag hadden wij een rustdag, even helemaal niets behalve aan het zwembad liggen om af te koelen met een boekje en rust. ’s Avonds hadden wij ons namelijk opgegeven voor een diner, The sounds of firelight. Dit is een romantisch diner omringd door kampvuren onder de sterren.
Ook bij het zwembad kwamen we Quinn en Larry weer tegen, zij hadden ook een rustdag. Het zwembad zelf was ontzettend warm en lag ook nog eens helemaal aan de andere kant van het resort omdat het zwembad bij de camping gesloten was vanwege onderhoud. Iemand was vergeten de verwarming uit te zetten met als resultaat dat het water de temperatuur had van een whirlpool. Niet echt afkoelend dus.
Het diner ’s avonds was heel erg goed. Heel erg rustig en we hadden geluk dat het niet afgelast was. De dagen voor onze aankomst was het niet echt moooi weer geweest en als het regent wordt het afgelast. Wij hadden een hele mooie sterrenhemel, ontzettend goed eten en goed gezelschap natuurlijk. Dit diner is inclusief alles, dus ook wijn en champagne. Dus flink wat wijntjes later waren we om een uur of elf weer bij onze camper waar we bijna meteen in slaap gevallen zijn. De volgende dag zouden we namelijk de Kings Canyon rimwalk doen. Dit zullen we in het volgende verhaal vertellen.



























